De oude vakwerkbouw

De oude vakwerkbouw.

Tijdens de geleide wandeling door uw dorp liet u ons diverse ardeense vakwerkhuizen (des colombages) zien.
Daarbij konden wij zelfs na rijp beraad niet precies dateren uit welke eeuw deze huizen stammen.
Men ziet inderdaad veel dure details, zoals bewerkte dakschoren, geprofileerde bovenkozijnen van deuren, overstek van verdiepingen, kruisverband in de wanden.
Het mag toch wel gezegd worden dat bij het huis van uw vriend een monumentale schouw dominant aanwezig is. Dit zou duiden op de 17 eeuw met uitwassen naar de eenvoudigere stijl uit latere jaren.

Voor de bestudering van deze bouwstijlen is mij tijdens mijn studiereizen buiten uw koninklijk domein Fourneau Saint-Michel, toch ook wel Monschau, Miltenberg en Dinkelsbuhl in Duitsland bijgebleven.
Dat de huizen in uw vallei in hun habitat hebben overleefd mag een pluim op de hoed van de arme bouwvakker zijn.
Het betekende enkele tientallen jaren geleden een hele evolutie in de bouwwereld, toen dankzij de uitvinding van het gewapend beton, de zgn. Skeletbouw in zwang kwam. Men kon een gebouw snel in zijn hoofdvorm opzetten en de vakvulling was nog slechts afwerking. Dit zo modern aandoende systeem is echter al heel oud, ja zo oud als de woningbouw zelf.
Alleen gebruikte men vroeger geen beton, doch hout voor het skelet en aanvankelijk   vlechtwerk met leem en later ook baksteen  voor de vullingen. Deze bouwwijze heeft in hele streken van ons land het stads- en dorpsgezicht bepaald.
Pas zeer geleidelijk is zij verdrongen door de bouwstijl geheel in steen. Wij kunnen ons dat thans niet meer voorstellen. Het directe gevolg is, dat in onze architectuurgeschiedenissen de historische houtbouw geheel genegeerd wordt.
Dit is een zeer laakbare lacune. Als enige excuus kan gelden dat er niet veel meer van te zien is en dat afbeeldingen schaars zijn.
Bij u troffen wij staaltjes houtskeletbouw aan, welker architectuur ver verheven is boven menig stenen pand, dat thans al monumentaal beschreven staat.
Al naar gelang stad en streek verschilde het tijdstip, dat het gebruik van stenen algemeen ingang vond. Dit hing af van de beschikking over baksteen of natuursteen tegen voor kleine beurzen aanvaardbare prijzen. Ook het brandgevaar sprak een woordje mee. In de noordelijke Nederlanden is de houtbouw al vroeg verdwenen en vinden we nog restanten op Marken, in de « Zaanstreek », Twente en nog enkele kleine concentraties.
In de zuidelijke Nederlanden heeft zich de houtbouw lang gehandhaafd en wordt zij pas sedert eind 19de eeuw niet meer toegepast. De oorzaak hiervan moet gezocht worden in de mogelijkheid goedkoop aan hout te komen.
De feodale toestanden die hier tot het eind van de 18de eeuw geduurd hebben gaven die mogelijkheid.Het was het laatstelsel met de kasteelheer en –vrouw dat steeds gemeenschappelijk bossen, heide en wateren omvatte , dat de houtbouw goedkoop hield. Bovendien zijn de vakken hier met vlechtwerk gedicht, dat aan beide zijden bestreken werd met leem, dus een product dat men bij u op het eigen erf kon delven.
In noordelijker streken moest men bij gebrek hieraan met planken dichten, iets , dat wij hier alleen aantreffen tegen westelijke gevels, omdat de leemwanden ernstig van regenslag te lijden hebben.De armen gebruikten daarvoor, net als voor de dakbedekking, stro. Later bekleedde men deze ook met pannen of ruitvormige platen.
Het meest afdoende was vervanging door een gehele baksteenwand. Dit laatste vindt men vooral inhuizen langs een straatkant, vaak mede terwille van het aanzien van de bewoners. Men wilde zoveel mogelijk mee kunnen met de rijken die algemeen steen begonnen te gebruiken.
OPVALLEND GENOEG VORMDEN DE VAKWERKGEBOUWEN EEN ZEER STABIEL GEHEEL,
De wandstijlen en de balken zijn aan elkaar verbonden met pen en gat-verbindingen. Het gehele geraamte is aangepast op een stenen voet, zodat rotting, als gevolg van aanraking met de aarde niet kan plaatsvinden. De stenen vangen tevens eventuele trillingen op afkomstig van wat voor handwerkmachines dan ook. Het jaarlijks kalken moet ervoor zorgen, dat het hemelwater wordt afgestoten en nergens kan binnendringen. Vaak ook werd het wandskelet gekalkt zodat men niet goed zag dat het vakwerk betrof. Op die wijze bereikten de huizen en schuren een aanzienlijke ouderdom. Teneinde het onderhoud van de vullingen te ontgaan, wordt zo hier en daar het leemwerk al vrij vroeg door baksteenvullingen vervangen. Dit gebeurde echter in hoofdzaak bij stallen, omdat de woningen, gezien het veel geringer isolatievermogen van steen, anders te koud zouden worden. In de stallen bleken stenen ook beter bestand tegen het uitstoten door vee en tegen de vochtige stalatmosfeer.
Tenslotte zal het duidelijk zijn dat het bouwmateriaal niet de ruimtelijke vormgeving bepaald heeft en daardoor ieder vakwerkhuis uniek en schilderachtig is.

Tot de volgende wandeling. Trouwens die gesponsorde borden zijn toch wel zeer kort van stof over deze bouwstijl,
Uit sympathie,  P.Olleke, naar een tekst van C.A. Huygen uit de bundel : "  brieven van mijn moeder" 1964
URL
http://www.fourneausaintmichel.be/
  • Date de création : 01/06/2006 16:29:01
  • Date de dernière modification : 09/06/2006 13:29:29