Godfried van Bouillon

Godfried van Bouillon


Vader : Eustatius II van Boulogne
Moeder : Ida van Verdun
geboren te Boulogne-sur-Mer of Baisy-Thy op 18 september 1060
gestorven te Jeruzalem op 18 juli 1100
Graaf van Verdun van 1086 tot 1095
Hertog van Neder-Lotharingen van 1089 tot 1100
Voogd van het Heilig Graf   in 1100

Op jonge leeftijd vertrok Godfried vanwege gezondheidsredenen uit Boulogne naar Bouillon. De zuivere lucht van de Ardennen konden hem aansterken. Om leider te worden van zijn land oefende hij in het omgaan met wapens voornamelijk het zwaard.
Toen hij zestien was stierf zijn oom die hem het zeggenschap over Bouillon en en het Markgraaf Antwerpen. Iedereen kent het kasteel in Bouillon maar wat minder bekend is was dat hij ook verbleef in het kasteel "Het Steen" te Antwerpen.
Zijn oom Godfried III en tante Mathilde van Toscane proberde samenspanned met de Graaf van Namen Albert III probeerde op slinkse wijze hem uit het zadel te lichten, maar Godfried kon zijn macht behouden.

Toen Keizer Hendrik IV in 1080 ten strijde trok tegen Paus Gregorius VII nam Godfried de kant van de Keizer. De veldtocht bracht hen tot Rome waar de slag gewonnen werd in 1084 door de Keizer.

In 1089 krijgt hij de titel van Hertog van Neder-Lotharingen. Uit dank doet belangrijke giften an verscheidene abdijen en kloosters en richt hij zelfs kapellen op.

Tijdens het concilie van Clermont-Ferrand roepen Paus Urbanus II en Pieter de kluizenaar op tot een kruistocht op Jeruzalem te ontzetten van de ongelovigen. Godfried voel zich op slag aangeroepen en verkoop al zijn hebben en houden zelfs de Burcht van bouillon.

Aangekomen in Constantinopel begonnen de eerste conflicten. Alexius I van Byzantium wou dat alle ridder de eed aan hem zouden afleggen. Godfried weigerde dit aanvankelijk maar legde hem dan later toch af. De stad Nicea waar veel kruisvaarders van lager afkomsten zaten werden veroverd door de Seljukse Turken. Godfried begon het beleg van Nicea en werd al snel versterkt door de legers van Raymond van Toulouse en Behomund waardoor ze stad terug konden innemen. Het is hier rond de Bosporus dat het leger op zijn grootst is.

Om de weg rond de middellandse zee voor kruisvaarders te beveiligen werden verscheidene bolwerken ingenomen van de moslims. eén van de grootste veldslagen wordt de slag van Dorylaeum. De kruisvaarders kregen steden zoals Turbessel, Konya en Tarus in handen. Achter dit strategisch plan stond Bohemund. Zo werd Cilicië (zuid-oost Turkije) voor het grootse gedeelte van zijn rijkdommen beroofd. De meeste verstand die de kruisvaarders kregen was van de Seljukse turken. Omdat deze kleiner in aantallen waren vielen die in op onbewaakte momenten de kolonnes aan om zo de kruisvaarders uit te dunnen.

1098 word het jaar van de twist. De slag van Antiochië word een succes, Raymond van Toulouse wordt aanschouwd als lider van de kruistocht maar twijfelt om door te stoten naar Jeruzalem. Dit tot groot ongenoegen van Godfried van Bouillon. De rest van het jaar verblijven de kruivaarders in Antiochië. Toen het jaar 1099 aanbrak kon Godfried niet meer wachten op Raymond en vertrok met een groot stuk van het leger richting Jeruzalem.

Begin juli 1099 komt het leger aan te Jeruzalem om zo het beleg van de stad te beginnen. Het leger is reeds sterk uitgedund tijden zijn veldtochten in Klein Azië. Door de twitsen tussen de leiders van de kruisvaarden hebben er veel besloten om terug naar huis te keren. Toch valt de stad Jeruzalem in de handen van de Christenen. Godfried van Bouillon en zijn broer Eustacius betreden als eerste kruisvaarders de stad onder het roepen van de leuze "God heeft het gewild". De wreedheden die begaan zijn tijdens de verovering van Jeruzalem heeft diepe sporen nagelaten in het geheugen van de Moslim gemeenschap. Raymond van Toulouse die aanschouwd werd als de leider werd de titel van koning van Jeruzalem aangeboden. Maar omdat de grootste strijd voor Jeruzalem geleverd was onder leiding van Godfried van Bouillon, weigerde hij deze titel. Op 22 juli 1099 wordt deze titel aangeboden aan Godfried van Bouillon, Godfried weigerde de kroon, niet in de stad waar Jezus de doornenkroon droeg. Hij aanvaard dan wel de titel "Advocatus Sancti Sepulchri" of Beschermer van het Heilig Graf.

Nu hij de beschermheer is van Jeruzalem keren velen tegen hem Dagobert en en de patriarch van Jeruzalem proberen de stad onder de theocratie te krijgen vande paus. Ook kreeg Godfried veel aanvallen te weerstaan van de Egyptische Fatimiden die hij te Ashkelon verslaagd. In deze periode vielen veel steden onder zijn gezag : Akko, Ashkelon, Arsuf, Jaffa en Caesarea. De twisten tussen Godfried en Dagobert leiden tot de overeenkomst dat eens Egypte veroverd is de hoofdstad verhuist naar Cairo en dat de steden Jerusalem en jaffa in handen komen van de kerk. Op 17 juli 1099 wordt Godfried van Bouillon "Verdediger van het Heilige Graf"

Maar op 18 juli 1100 sterft Godfried van Bouillon. Egypte werd niet veroverd. Hij stierf in de stad Caesarea vergiftigd door de Emir van de Stad. Tijdens zijn laatste wandeling net buiten de stad werd Godfried onwel en moest zich zetten op een rotsblok waar hij eerst het bewustzijn en daarna zijn leven verloor. Als laatste wens had hij aan zijn broer Eustaas  drie relikwieën gegeven van het Heilig Bloed van Jezus voor de steden Boulogne-sur-Mer, Lens en Antwerpen.

Op 25 december 1100 moet Dagobert toestaan dat de broer van Godfried, Boudewijn van Boulogne tot koning werd gekroond.

Het kasteel van Bouillon
Archeoscoop van Godfried van Bouillon
Email
  • Created at : 2007-05-06 10:05:36
  • Updated at : 2007-05-07 15:59:30