Het Everzwijn
Het wild zwijn of everzwijn is een krachtig zoogdier, dat qua uiterlijk veel op het varken lijkt. Het wild zwijn heeft een donkere, borstelige vacht. 's Winters is deze langer, en heeft hij een dikke ondervacht. Het volwassen mannetje, keller genaamd, heeft twee slagtanden die door jagers "houwers" worden genoemd. Deze slagtanden zijn twee hoektanden in de onderkaak die naar boven gericht staan. Ook de bovenste hoektanden zijn sterk ontwikkeld en wijzen omhoog. Over de borstkas heeft het mannetje een vier centimeter dikke laag kraakbeen, die dient als bescherming voor de longen en het hart in gevechten.
Mannetjes worden groter dan vrouwtjes. Een mannetje wordt gemiddeld 105 tot 167 centimeter lang, 64 tot 109 centimeter hoog en 33 tot 148 kilogram zwaar. De staart kan 17 tot 30 centimeter lang worden. In Oost-Duitsland zijn mannetjes aangetroffen van bijna 200 kilogram zwaar en tot 185 centimeter lang. Het recordgewicht staat op 230 kilogram.
Een vrouwtje wordt ongeveer 100 tot 146 centimeter lang, 59 tot 89 centimeter hoog en 30 tot 80 kilogram zwaar. De staart van het vrouwtje wordt 16 tot 28 centimeter lang.
In het noorden worden zwijnen zwaarder dan in het zuiden. Door kruisingen met grote verwilderde varkens worden zwijnen zelfs nog groter. Oudere zwijnen zijn zwaarder dan jongere zwijnen. Het lichaamsgewicht is ook afhankelijk van de leefomstandigheden en in goede omstandigheden kan hij vrij snel het gewicht verdubbelen.- Created at : 2010-04-16 11:51:53
- Updated at : 2010-08-24 15:23:35